REIS OM DE WERELD IN 120 DAGEN 35                  dinsdag 16-1-2018

 

MALEDIVEN

Gelukkig is het eerste onderzoek bij Marike er een met een goede uitslag, de petscan van haar lijf liet geen uitzaaiingen zien. Vandaag volgt nog een CT-scan van de longen; die moet omdat een röntgenfoto niet zo precies is als die scan. De eerder gemaakte röntgenfoto liet ook geen afwijkingen in de longen zien… Hopelijk blijft het dus beperkt tot haar pols…

De hoofdstad Malé van de Malediven staat op plaats 5 van dichtstbevolkte eilanden ter wereld. Daardoor is het beeld, dat je hebt van de Malediven, nl. witte schitterende zandstranden op paradijselijke eilandjes en atollen, volkomen tegengesteld met hoe de stad Malé eruit ziet. Vooraf werd gemeld, dat je vanwege de islamitische overtuiging met bedekte knieën en schouders door de stad mocht (mannen en vrouwen). Dat de Malediven zo streng Islamitisch zouden zijn, had ik niet verwacht. Nou viel het allemaal nogal mee, ik zag plaatselijke bewoonsters autorijden en op brommers rijden, ik zag personen met nikab, vrouwen met een hoofddoek en met onbedekte haren. Kennelijk is er toch wel enige vrijheid. Zelfs vond een vrouwelijke agent met hoofddoek met daarbovenop het politiepetje het prachtig om door mij  gefotografeerd te worden. ’s Ochtends gingen we eerst naar een eilandje op 3 kwartier varen van Malé. Dat werd een tocht met een stuiterbootje. Ik kreeg harde klappen op knie, rug en nek te verduren.. En ik natuurlijk niet alleen… Het eilandje had inderdaad een stuk zoals de algemene indruk van de Malediven is: wit zandstrand met palmen en een veelkleurig blauwe zee. Dat was op het stuk, waar je een bikini mocht dragen, voor de westerse toeristen dus. Daarnaast het strand voor de “bedekten”. Daar waren afvalstenen en betonijzer gestort. Op de rest van het eiland veel zwerfvuil. Ook was er een voetbalveldje uitgezet, waarbij in de grond geslagen stukken betonijzer een centimeter of 30 boven de grond uitstaken en als hoekvlag dienden… Volgens mij levensgevaarlijk…

Vanaf gisteravond een uur of 8 zijn we op weg naar Salalah in Oman…

Douwe Stellinga 

 

 

 

 

REIS OM DE WERELD IN 120 DAGEN 36                  zaterdag 20-1-2018

 

SALALAH in OMAN

Gelukkig laat bij Marike ook de CT-scan van de longen geen uitzaaiingen zien. Wel moet de pols bestraald worden en daarna geopereerd. Dat is natuurlijk toch nog wel een forse ingreep, waarbij vooraf niet helemaal kan worden ingeschat, wat de gevolgen voor het gebruik van vooral de duim zullen zijn, maar de afwezigheid van uitzaaiingen is een enorme opluchting…

Henny ging met Rainer en Marian naar de stad, zij wilden naar de “souk”, de plaatselijke markt, waar allerlei streekproducten, zoals wierook en kruiden, worden verkocht. Ik heb nooit geweten, dat wierook gemaakt wordt van de hars van een boom die net als bij de rubberboom licht beschadigd wordt om de boom hars te laten maken…

Ik boekte een tour van 7 uur met een “all-wheel vehicle” naar de Grand Canyon van Dhofar. De jeep bleek gewoon vier wielen te hebben en was een Toyota Landcruiser VX.R V8. Dat laatste was voor Willem sr. en andere autoliefhebbers. En Dhofar is een landstreek die zich uitstrekt over Oman, Jemen en Saoedi-Arabië. We reden in een colonne van meer dan 25 Landcruisers door de stad  Salalah naar de eerste stop; het was een droog en dor landschap met verdroogde planten, bomen met verschrompelde bladeren, rotsen , bruine, droge grond en stenen en rotsblokken… Op de plekken waar water voorhanden is, groeit en bloeit direct van alles. Ik zag een lagune, waar flamingo’s, meeuwen en eenden rondvliegen, waar riet en andere planten in het water en langs de oevers staan. 100 meter van het water weer datzelfde dorre, droge land… De canyon bleek een rotswand te zijn, de overkant die je bij een canyon verwacht, ontbrak. In plaats daarvan liep het droge land zo'n 1700 meter lager heel steil en daarna steeds verder afvlakkend af in de richting van de zee. De af en toe hevige regenval had wadi's (drooggevallen stroomgeulen) gemaakt in die bijna vlakke strook land tussen de bergrand en de zee. In een oase kregen we de lunch: meegenomen matten werd op de grond gelegd en daar zat iedereen op: schoenen uit! Het lunchpakket bevatte rijst, humus en 3 saté-achtige stukjes vlees zonder stokje en smaakte prima! Eén pakje drinken zat er ook bij… Daarna nog naar een bron en ook daar weer een uitbundige natuur: prachtig gekleurde vogels en planten en bloemen. In het water aquariumvissen, en een soort die me aan Afrikaanse seizoenvissen deden denken, zo mooi van kleur en vorm…

 

Nu varen we door de Golf van Aden op weg naar de straat van Hormuz, de Rode Zee en Aqaba in Jordanië. Hier is de “operatie Atalanta” nog steeds actief: bescherming van het scheepvaartverkeer tegen piraterij vanuit vooral Somalië! Behalve de klaargelegde brandslangen op dek 6, waarmee eventuele piraten van de boordwand gespoten worden, hebben we nog niets gespot.. Er schijnen ook Westerse oorlogsschepen rond te varen hier... In nr. 37 kom ik hier misschien op terug…

Douwe Stellinga

 

 

 

REIS OM DE WERELD IN 120 DAGEN 37                  maandag 22-1-2018

 

 

GOLF van ADEN

Op dit moment varen we door de Rode Zee op weg naar Aqaba. We zijn door de Golf van Aden en de zeestraat Bab el Mamdeb tussen de hoorn van Afrika (Djibouti) en het Arabische schiereiland doorgevaren… Hier is de “operatie Atalanta” nog steeds actief: bescherming van het scheepvaartverkeer tegen piraterij vanuit vooral Somalië! Behalve de klaargelegde brandslangen op dek 6, waarmee eventuele piraten van de scheepswand gespoten worden, hebben we nog niets gespot.. Er schijnen ook Westerse oorlogsschepen rond te varen hier... Regelmatig heb ik “patrouilles” over het hoogste dek 11 gelopen om eventuele sensatie vast te leggen, maar verder dan een klein bootje dat langs ons voer op zo’n 200 meter afstand, heb ik niets verdachts kunnen ontdekken. Ook de oorlogsschepen lieten zich niet zien. De kapitein vertelde, dat de kans, dat een cruiseschip wordt aangevallen, erg klein is, omdat we simpelweg te snel varen voor de kleine bootjes die door piraten gebruikt worden. De Aidacara voer steeds met een snelheid van minstens 18 knopen, dat is zo om en nabij 35 km per uur. Wel stonden op dek 10 bij de stuurhut 24 uur per dag wachters over de zee uit te kijken…

We hebben dus 2 wel heel erg rustige zeedagen gehad…

Douwe Stellinga