(website under construction) bewerkt 25-4-2025

Jogyakarta 1                     22-1-2023

 

Morgen gaan we eindelijk op reis. Henny, Els, Adrie en Douwe gaan met zijn vieren naar Alamanda Villa’s in Jogyakarta voor 2 maanden. We gaan van de  kou in ons kleine  kikkerlandje naar de af en toe wat klamme, maar héérlijke  warmte van de tropen in Sleman, Jogyakarta in Midden Java. Op de foto de omgeving waar we de komende 2 maanden gaan verblijven. Op de achtergrond de vulkaan de Merapi die af en toe een scheetje laat, zoals de Javanen zeggen...

Ons reisschema: Amsterdam- Doha QR274 22 januari 15:15

Doha- Jakarta QR956 23 januari 2:05

Overnachten op het vliegveld van Jakarta in hotel Anara

Jakarta- Jogyakarta GA204 24 januari 7:45

Om 9:20 landen we op het nieuwe internationale vliegveld van Jogyakarta; worden we opgehaald door onze gastheer Frans, gaan we door de hectiek van het Indonesische verkeer naar het hotel. ‘s Avonds heerlijk nasi kuning en vroeg naar bed voor de beëindiging van onze jetlag...

Selamat jalan.

 

 

Jogyakarta 2                     24-1-2023

 

Pff, wat een reis voor de oudjes. Ik zit hier nu bij het gekrijs, maar ook prachtig zingen van een stuk of wat imams die van alle kanten oproepen tot gebed. De een nog harder dan de ander.. Onze reis was eigenlijk wel goed verdeeld zo: een vlucht van een uur of zes naar Doha, een paar uur rondlopen op het vliegveld, dan een vlucht van iets langer dan 7 uur, slapen in hotel Anara op het vliegveld van Jakarta. Maar toch had iedereen wat last van een jetlag, Els maakte ons uit naam van Adrie tenminste wakker, omdat het volgens hem tijd was om op te staan voor het vervolg van de reis. Alleen was het nog niet eens middernacht… Vervolgens toen het wel tijd was op op te staan, vlogen we nog een uur naar Jogyakarta. Met KA Handara YIA (Kereta Api (trein) Vliegveld Yogyakarta International Airport) hadden we een plezierige, mooie tocht naar het centrum van Jogyakarta en nog eens 20 minuten rijden naar Alamanda Villas. Vooral het stukje na het vliegveld in Jogya hadden we het erg warm. Vandaag verder niets dan bijkomen van de vermoeienissen, koffers uitpakken en wat zwemmen in het zoutwater-zwembad. Hmmm, straks rendang als avondeten… Voor Henny en mij was het thuiskomen…

En ik denk voor iedereen vroeg slapen!

 

 

 

Jogyakarta 3                     27-1-2023

 

Vandaag op stap in de mini-bus met Anton, een van de jongens die hier werken. Hij wist een prachtige route, reed heerlijk rustig en wij gaven aan, wat we wilden. Na een rit langs veel kleine bedrijfjes stopten we bij een marktplaats. Henny wilde wat kleine, lekkere bananen kopen. Douwe had snel aansluiting met de mensen en al gauw stonden we met vooral vrouwen op de foto. 

Voor de koffie gingen we naar een warung hoog boven de Progo-rivier. Daar liet Anton ons een Melinjo-boom zien met noten in alle stadia, groen en rood. Van die noten wordt emping gemaakt, de boosdoener waar ik vooraf thuis drie keer een heel heftige, soortement allergische reactie van kreeg. Toch mooi dat ik die boom met de wittige stam hier in het echt zag…

De volgende stop was voor de lunch: Henny en Els namen tempeh goreng, nasi goreng was voor mij. Douwe had terong balado en Anton een gurami. Mijn vader was altijd trots op zijn gurami’s in het aquarium. Zelfs op Antons bord,  drijvend in een heel pittige saus leek hij er heel erg op…Hier raakte Douwe ook weer aan de praat na “selamat pagi” (goede morgen). Heerlijk als je je goed in het bahasa kunt uiten tegen zulke vriendelijke, enthousiaste mensen. Het was een prachtige tocht!

 

 

 

 

Jogyakarta 4                     1-2-2023

 

Vandaag zijn onze zorgen over. Adrie is na een paar dagen in het academisch ziekenhuis Rumah Sakit Akademik Gajah Mada weer thuis.  Hij had een infectie in de darmen opgelopen door een amoebe. Iedereen kan dat krijgen, we voelden ons allemaal wat slapjes, bij Adrie was het goed raak. Els sliep bij hem op hun VIP-kamer. Hoe, waar en wanneer je zo’n infectie oploopt, is onduidelijk. Hand, mond, kont zeggen ze hier.😊

Henny en ik gingen iedere dag op bezoek. Daarbuiten hebben we een paar kleine tripjes gedaan: heerlijk vis gegeten op het strand van Parangtritis en een keer koffiedrinken met mijn “Guardian angel” op een of andere berg met een prachtig uitzicht. Omdat het veel regent en dus heiig is, was er weinig uitzicht over...

Nu op het ogenblik om een uur of vier in de middag dreigt er een forse regenbui, precies zoals het in de tropen hoort... Daarom is het hier ook groen. In tegenstelling tot bij voorbeeld Marokko, waar Henny en ik 3 weken geleden nog rondliepen.

 

 

 

Jogyakarta 5                     5-2-2023

 

Bij  onze buur-boer was net voor we aankwamen in Jogyakarta, de rijst geoogst. Het land/ de sawah ligt er dan een tijdje ogenschijnlijk nutteloos bij en onkruid begint welig te tieren. Gisteren werd het land geploegd en vandaag geëgaliseerd. Daar wordt soms nog wel een echte, maar tegenwoordig meestal een “mechanische karbouw” voor gebruikt. Achter de machine die met veel kabaal, gezwoeg en gesteun door de modder ploetert, zoeken Javaanse Ralreigers naar wormpjes, aaltjes en andere lekkernijen die tevoorschijn komen en zich niet gauw genoeg weer verstoppen.. Met op de  achtergrond de vulkanen de Merapi en de Merbabu is dat allemaal reden genoeg voor prachtige plaatjes..

Als de mechanische karbouw klaar is, worden de laatste modderbulten gladgestreken door het mannetje met de garukan (stok met driehoek onderaan)

Zeer binnenkort gaat de pagani/ boer waarschijnlijk de sawah beplanten met honderden jonge rijstplantjes…

 

 

 

 

Jogyakarta 6                     10-2-2023

 

Gisteren en vandaag hadden we 2 drukke dagen. We gingen gisteren naar een stuwmeer en hoog de bergen in. Onderweg stopten we bij een toko met veel langs de weg uitgestalde, hele grote zilveren uien voor op de moskee. Aan de andere kant van de weg was de “SD N 1”, de lagere school van Wonorejo, waar we met de juf en de kinderen op de foto moesten. We voelden ons met de kinderen gelijk thuis, vooral Els en Henny.… In de bergen was het veel geklauter over de “jembatan surga", de brug naar de hemel; Die weg is daar wel heel erg steil! De kelapa muda (jonge kokosnoot) met veel kokosmelk binnen in was heel erg lekker, net als de nasi goreng.

Vandaag ging de tocht naar een kerk met een kippenkop. Eigenlijk moest het een duif voostellen, maar oordeel zelf… Het is een bedehuis voor alle religies: ieder geloof heeft een eigen gebedsruimte. Vanaf de top (bukit rhema) is in verte de Borobudur te zien. Vanwege door bezoekers veroorzaakte vernielingen en het achterlaten van afval is de Borobudur en ook de Prambanan-tempel gesloten. We kunnen beide tempels helaas dus niet bezoeken. We klommen naar de top van de kip en daar was dus wel de Borobudur te zien…

In de middag brachten we een bezoek aan de vriendelijke familie van Tonno, onze gids voor deze dag… Zijn moeder had thee en heerlijke hapjes, zoals pisang goreng (gebakken banaan), tempeh goreng krippi- krippi en Singkong (gebakken casave-wortel), gemaakt.

Op de terugweg zat bijna iedereen in de auto, behalve gelukkig Tonno, suf, moe en voldaan half te slapen van deze toch wel vermoeiende trip…

 

 

 

Jogyakarta 7                     12-2-2023

 

Wandelend door Dusun Trini, het dorpje om de hoek, liepen we naar de “Selokan Mataram”, een in de Nederlandse tijd aangelegd onderdeel van een groot irrigatiesysteem rond Jogyakarta. Rijst (en allerlei andere gewassen)  heeft veel water nodig; voor het beheer is al eeuwenlang een soort systeem als Rijkswaterstaat in gebruik. Grappig woord selokan, wat ze hier uitspreken als slokkan, wat afgeleid lijkt van slootkant. Mataram is de naam van een vroeger heel erg groot en belangrijk koninkrijk in deze omgeving…

Op de weg terug naar Alamanda Villas kwamen we Nanik, een medewerkster van het hotel, tegen: natuurlijk ook nog een foto, met hele grote bamboe als decor.

Mooi spul is dat! Volgens Google zijn er 600 tot 700 soorten met elk zijn eigen kwaliteiten en toepassingen… Op berghellingen werd in elkaar geschoven bamboe als waterleiding gebruikt. In een groot warenhuis, waar we 10 minuten vastzaten in de lift op de tweede verdieping, verkochten ze decoraties, meubels, tandenstokers, rolgordijnen en instrumenten van bamboe. Maar 80 % van de bamboe wordt gebruikt in de bouw voor het stutten van plafonds en vloeren in plaats van ijzeren palen en steigers. Naast Alamanda Villas bouwen ze een slaapgelegenheid voor leerlingen van de koranschool om de hoek, helemaal gestut met bamboepalen. Sterk spul!

Adrie van Luijk

                

 

 

Jogyakarta 8                     12-2-2023

 

Vandaag, altijd op zondag trouwens, was er in het Kraton, het grote woonverblijf van sultan Hamengko Buwono X , een dans-optreden met traditioneel geklede dansers en danseressen met begeleiding van een gamelan-orkest. Het was een prachtig optreden. Van de teksten tussendoor begrepen we geen van allen ook maar iets; wij haalden er uit, dat het ging om de strijd tussen goed en kwaad, uiteraard door het goede gewonnen…

Vlak voor het einde van de voorstelling brak er een tropische regenbui los; we hadden geen paraplu bij ons, dus moesten we wachten tot de regen minder zou worden, wat niet gebeurde. Tono regelde wat later een paraplu en bracht ons één voor één naar de auto. Die regenbui zorgde wel voor komische taferelen: Adrie die zich in een veel te kleine poncho probeerde te worstelen… Mensen die met acht onder een reclame-zeildoek de regen trotseerden… Met zijn drieën onder één kleine paraplu… Lachen, want ondanks  de regen is het niet koud…

Op de terugweg hadden we buiten de regen die het verkeer behoorlijk hinderde, vreselijk veel lawaai van een manifestatie van de PDI (Partai Demokrasi Indonesia), honderden motoren zonder uitlaat reden urenlang met grote vlaggen over de wegen van Jogya heen en weer.

Dan was er ook nog een viswedstrijd bij de buren die ondanks de hoosbui gewoon doorging.

De zondag was goed gevuld..

Terwijl ik dit schrijf, vanavond om 22:00 uur, is het hier 24 graden, een heerlijke temperatuur voor de tropen.

 

 

 

 

Jogyakarta 9 Tokeh       15-2-2023

 

Bah, vieze klodder natte modder op de tegels voor de kleerkast! Naar binnen gelopen met die viezigheid  onder de schoenen? Tussen de sawah’s kan dat gebeuren. Maar het lag nergens anders op de vloer. Weggepoetst. Volgende ochtend een flinke klodder op de douchevloer, en ook wat kruidnagelen. Waar kwamen die vandaan? De klodder weggehaald. Bij het ontbijt aan Frans, de altijd actieve eigenaar, gevraagd, wat het was. De kruidnagelen had hij boven op een richel laten leggen om de tò-keh af te weren, een soort hagedis van tussen de 20 en 36 cm, beetje gedrongen bouw, gespierd en een wat grotere kop. Deed ons echt niks! De klodder, tja dat was zijn poep.

Gisteravond, zondag, onder het bridgen, hoorde ik hem voor het eerst: tò-keh, tò-keh, tò-keh, prrr-prrr-prrr! Wat klonk dat hard. We zagen hem niet. Vanmiddag, maandag, weer, maar we kregen hem weer niet te zien.

Fascinerend beest. Even naar google. De bek wijd open om de vijand af te schrikken met de kleur van de binnenkant. Zoals een vlinder dat doet door zijn vleugels plotseling te spreiden. De kleuren op zijn lijf kan je goed zien. Hij past ze aan de omstandigheden aan om minder op te vallen. Het geluid maakt hij door lucht te persen door het strottenhoofd, eigenlijk een soort stembanden dus. Hij eet insecten (o.a. kakkerlakken), duizendpoten, schorpioenen en hij wordt gegeten door grotere hagedissen, slangen, vogels. Wordt hij door een vijand bij de staart gepakt, dan breekt hij hem af. Voor hem vervelend, want daarmee verdwijnt een flinke voorraad reservevoedsel. Niet getreurd, na drie weken heeft hij een nieuwe, weliswaar wat kleiner en donkerder, maar toch een staart. Het leukste, dat ik bij google over hem las, ging over zijn oren. De openingen daarvan staan recht tegenover elkaar aan weerszijden van de kop. Ze staan in verbinding met elkaar; je kunt dus dwars door de kop heen kijken!

 

 

 

 

Jogyakarta 10 Selokan Mataram   15-2-2023

 

Voor de komst van de Nederlanders waren de Javanen al honderden jaren met irrigatie bezig om in droge tijden water op voorraad te hebben, vooral voor een derde rijstoogst. Maar de oude systemen waren gemaakt van modder, stenen, hout. Bij hoogwater spoelden ze weg door ”bandjirs”, een plotselinge watervloed in de regentijd. 

Toen ik meer dan een jaar geleden hier over gelezen had, in “De Zegenrijke Heeren der wateren”, proefschrift van Wim Ravesteijn, vond ik op het net nog meer oude stukken van Nederlanders, die hielpen met de aanleg van een beter irrigatiesysteem en de verbetering van de beheersstructuur. Voor het laatste namen ze Rijkswaterstaat als voorbeeld.

Het moderne irrigatiesysteem is ingewikkeld. Sawa’s liggen niet lekker voor water toegankelijk naast elkaar aan een rivier of een beek, maar vooral ook achter elkaar, soms op een helling. Rijst staat vaak in water, maar soms moet de grond droog zijn bijvoorbeeld om te oogsten, ook om het ter voorbereiding van het planten te bewerken. Per jaar wordt het proces van de teelt van de rijst drie keer uitgevoerd. Dat moet natuurlijk niet iedere boer op eigen houtje doen, afstemming is nodig, zeker om het water op het juiste moment op de juiste plaats te krijgen! Òf weg te krijgen. Dat gebeurt in beheerscommissies bestaande uit gekozen afgevaardigden van de woongemeenschappen. Zo’n commissie benoemt de beheerder, een man met groot gezag in het dorp. Door de lokale commissies worden vertegenwoordigers gestuurd naar regionale commissies, enzovoort. Nu de praktijk.

Vandaag, dinsdag 14 februari, gingen we naar het begin van de Selokan Mataram met chauffeur Tono en de zespersoons bus. Selokan is afgeleid van het Nederlandse woord slootkant, grappig genoeg… We volgden het water een heel stuk vanaf Dusun Trini, de kampong waar het hotel bij hoort, en stopten bij een plek, waar de selokan een veel lager gelegen rivier kruiste. De kwestie was ooit geweest, hoe krijg je het water van de selokan naar de overkant van de rivier? Nou, heel slim. Daarvoor legden ze hoog over de rivier een brug met twee lagen. De onderste laag is de goot, waar het water van de selokan door loopt. Daar boven op als een deksel ligt het wegdek met een smalle tweebaansweg, waar het verkeer overheen gaat. Voor de brug lopen op beide oevers van de selokan wegen, na de brug ook weer.

 

We gingen verder. Wat een tocht als deze vooral leuk maakt, zijn de onverwachte Indonesische aardigheidjes. Bijvoorbeeld een jongen die met een benzine aangedreven moter sap perst uit gesplitst suikerriet. Paar ijsklontjes er bij, een vleugje uit een kleine groene citroen. En het is klaar. Heerlijk! Dat voor 30 cent.

 

We volgden het water, soms dichtbij, soms op afstand. Tot we, eerder dan verwacht, kwamen op het punt waar water van de Progo rivier afgebogen wordt onder de weg door en de selokan in vier goten begint aan de tocht naar Dusun Trini en verder. Tot het veel zuidelijker weer terug stroomt in de Progo rivier en even verder in de Indische Oceaan.

 

 

 

 

Jogyakarta 11a Lalu Lintas   17-2-2023

 

Er zijn zo veel anders-dan-in-Nederland dingen te zien in het verkeer, dat het veel te veel zou worden voor één berichtje. Jogyakarta 11 wordt een reeks berichten over de in onze ogen merkwaardigheden in het verkeer hier…

De eerste bezienswaardigheid is dan wel het verschrikkelijk grote aantal brommers (sepeda motor) op de weg, die ogenschijnlijk zonder enige verkeersregel te respecteren door elkaar heen en tussen de auto’s door krioelen.. Het mooie is dat dit meestal gewoon goed gaat.

En dan is het ook af en toe ongelooflijk wat op één brommer vervoerd kan worden… Op deze brommer worden 2 zitbanken van bamboe naar de plaats van bestemming gebracht.

Dat de bestuurder bijna de hele weg nodig had, deert hem niet. Iedere andere weggebruiker houdt rekening met mogelijke capriolen..

En dat is dan weer het mooie in het verkeer hier: iedereen geeft (meestal..) de ander de ruimte die hij nodig heeft..

 

 

 

 

Jogyakarta 11b Lalu Lintas   19-2-2023

 

In Indonesië werd in 1900 met het kentekenbewijs begonnen. Na wat aanpassingen is in het algemeen nu de nummerplaat uitgevoerd met witte letters en cijfers op een zwarte ondergrond. Gelukkig hoeven wij niet zelf te rijden tijdens uitstapjes. Het hotel stuurt altijd een chauffeur mee, die behalve zuinig op de bus ook heel voorzichtig met ons is. In het drukke, links rijdende verkeer is dat hard nodig. Zittend naast de chauffeur heb je goed zicht op de vaak stilstaande bromfietsen, motoren en auto’s, allemaal met een nummerplaat. En foto’s maken. Deze in Yogyakarta.

 

Wat staat er op die plaat? Het algemene systeem is dat de kentekens met één letter op het eiland Java zijn. Die met twee letters beginnend met ‘A’ gebruikt men in het zuiden van Java rond Yogyakarta, die met twee letters beginnend met een ‘B’ op Sumatra, en die met twee letters beginnend met ‘D’ in de rest van Indonesië. In de loop der tijd zijn veranderingen doorgevoerd, bijvoorbeeld de meeste kentekens op Kalimantan, het vroegere  Borneo, beginnen nu met ‘K’ en op enkele eilanden rond Flores met ‘E’.

 

B - Jakarta

KB - West Kalimantan

AB geel - Jogyakarta

AB rood Jogyakarta

R - Centraal Java

 

De combinatie op het kentekenbord is:

-1 of 2 tekens links is voor het gebied waar het kentekenbewijs is uitgegeven;

-maximaal 4 cijfers in de middelste groep;

-2 of 3 letters rechts, afhankelijk van de grootte van het kentekengebied. Eerste letter van deze groep verwijst naar een subgebied.

 

Tegen extra betaling kan je een eigen kenteken kiezen, maar hoe specialer dat is, des te meer je moet betalen.

Lesti en Bilar, twee beroemde artiesten, wilden voor hun auto een speciale nummerplaat. Daarvoor namen ze de L van zijn voornaam, keerden de hoofdletter E om en maakten zo een 3 De S werd vervormd tot een 5. Van haar, Bilar namen ze LAR. Zo maakten ze dit nummerbord met L  35 LAR. De rekening zal ze een zorg geweest zijn.

 

Een zwart op geel kenteken is voor vervoersbedrijven, bussen en taxi’s. Wit op rood is voor een voertuig dat voor overheidsdiensten gebruikt wordt.

Rood op wit zit op een voertuig, dat nog niet geregistreerd is, een nieuwe auto bijvoorbeeld.

Geel op groen is voor het leger.

 

Voor brommers en motoren worden net zulke platen gebruikt met de zelfde kleuren en de zelfde cijfer- en lettergroepen. In principe kan je dus gelijke kentekenplaten tegenkomen op verschillende voertuigen.

 

Op de Mercedes van de foto links boven valt 06 – 26 op, juni 2026. Op die datum moet de eigenaar belasting betalen, wat dan telt voor 5 jaar. Ook vraagt hij een nieuw kentekenbewijs aan.

Zelf tanken is hier niet de gewoonte. Je zegt hoeveel liter je hebben wil. De meestal vrouwelijke pompbediende voert eerst het nummer van de nummerplaat van je voertuig in op een iPad. Zij controleert zo hoeveel benzine je deze maand getankt hebt. De staat subsidieert een vastgestelde hoeveelheid benzine voor armere mensen. Dat is belangrijk voor een eenpersoonsbedrijfje (Gojek,zie 11d), dat je achter op de brommer brengt waar je zijn wil, voor al die maaltijdbezorgers en de boeren, die iedere dag weer het groenvoer voor het vee thuis moeten brengen. Mensen kopen die benzine graag, maar rijke mensen mogen die gesubsidieerde benzine niet tanken (Maar doen dat stiekem wel. Ze vullen jerrycans). Dergelijke controles zijn in Indonesië gewoon. Als je gebruik wilt maken van een overheidsdienst, wordt eerst gekeken of je je ziektekostenverzekering hebt betaald. Niet? Dan ook geen uitkering, identiteitsbewijs e.d.!

 

 

 

 

Jogyakarta 12              22-2-2023

 

Vanmiddag om een uur of 1 besloten Douwe en ik een wandelingetje te maken in de dichtbij gelegen kampong (dusun) Trini en dat te combineren met een hapje eten voor de lunch in een van de kleine warungs. Ook wilde ik even kijken bij een bruggetje over een diep gelegen riviertje. Daar had ik met Google Streetview niet bij kunnen komen.

We moesten even wachten tot een felle onweersbui met een paar flinke ontladingen voorbij was. Een goede kop koffie en lekker kletsen op het terras deed de tijd vliegen. Vanaf het hotel links af naar de moslimschool, vandaar door de kampongpoort, rechtsaf, linksaf en dan alsmaar rechtdoor. De straten waren meestal zo smal, dat een auto er niet door kon. Brommers wel. De huisjes zijn klein en gebruiken de hele ruimte die een perceel grond biedt. Meestal is er een veranda. Onder het afdak hangen vogelkooitjes met o.a. kanaries en soms een mooie agapornus. Je vindt er ook de meter van de stroom; de meteropnemer kan zijn werk gewoon buiten doen. Soms klinkt muziek naar buiten. Op de kleine wandeling passeren we twee moskeeën. Vijf keer per dag schalt de oproep tot gebed uit de luidsprekers op het dak. Eerst viel het erg op, maar we waren er al gauw aan  gewend. Het werd zelfs iets wat typisch bij deze vakantie hoort. Er wordt gewerkt aan de waterafvoer, hier voor de rijst heel belangrijk. Tegen de mannen zeggen we “Selamat pagi, pa!” Altijd komt er antwoord terug: “Pagi”! Natuurlijk zijn er ook vrouwen aan het werk. Tegen hen zeggen we: “Selamat pagi, ibu!” Daar ook antwoord. Oudere mensen op hun gemak voor het huis, die je groet, zeggen altijd wat terug! Zoals een heel vriendelijk: “Jalan jalan?” Wat betekent: Lekker aan het wandelen? Staande op de brug over het diep liggende riviertje zagen we heel grote bamboe. Prachtig.

Vandaar was het nog een paar stappen naar de warung makan, een piepklein overdekt restaurantje,  gerund door twee goedlachse Indonesische vrouwen. We kozen voor nasi padang. We schepten wat witte rijst op het bord en kozen uit een heleboel schaaltjes achter een gordijntje in de vitrine wat we lekker vonden: mie, saté, lekkere gebakken vis, geroerbakte gemengde groente, een spinazieachtige groente “kangkung”. Een paar dingen koos ik niet. In Indonesië gebruiken ze haast de hele kip om op te eten, ook de poten en de kop. Dat kwam niet op mijn bord. Flesje cola erbij, wat helaas niet hielp voor sommige heel hete hapjes. Een simpel hapje witte rijst bluste de brand veel beter. De  stukjes rode peper met zaadjes opzij leggen was het meest effectief. Toen we eten en drinken (“makanan dan minuman”) op tafel hadden, konden we de vrouwen bedanken met: “Terima kasih”. Standaard antwoord in het bahasa Indonesia is dan: “sama, sama”. Douwe zegt vaak in het Javaans “matur nuwon”. Meestal reageren  de mensen lachend en zeggen dan “sami, sami”! “Het zelfde". Alles op, bordje en flesje leeg. Rekening betalen: Rp 47000, wat zoveel is als € 2,90. We gingen weer naar huis. Maar niet zonder dat Douwe zijn hoofd hard stootte tegen de bovenkant van het te lage deurkozijn.    

 

 

 

Jogyakarta 13              23-2-2023

 

Het afgelopen weekeinde hadden we een prachtige tweedaagse uitstap naar het Dieng-plateau, in Midden-Java. Het woord Dieng komt van het oud-Javaanse Dihyang, de plaats van de voorouders, ook de plaats van de goden. Er hangt ook vaak een wat mysterieuze sfeer door de laaghangende bewolking,  waar de zon zorgt voor een soms vreemde belichting.

Ook is er op het plateau vulkanische activiteit die voor grote, behoorlijk naar zwavel stinkende dampen veroorzaakt…

De tweede dag bezochten we een thee-plantage met erg uitgebreide theetuinen. De weg er naar toe was schitterend mooi en heel steil. Op de foto een paar theepluksters.

We hebben weer heel veel herkend; op veel plaatsen waren Adrie en ik al eens geweest met onze virtuele wandelingen met Streetview..

 

 

 

 

Jogyakarta 14                  25-2-2023

 

Donderdag 23 februari vertrokken Adrie en ik naar de golfbaan op de hellingen van de Merapi.  Voor 675.000 Rupiah ging ik 9 holes lopen bij de “Merapi Golf Club" op zo'n 1000 meter hoogte, waardoor het niet echt heel erg warm is. Het is een mooie golfbaan. Voor die 675.000 Rp (€ 41,77) kreeg ik een greenfee, een buggy en een caddy mee. Voor nog eens zo’n bedrag huurde ik een golftas, kocht ik 12 ballen, een handschoen en een paar tee-tjes. Omdat ik bij Alamanda Villas logeer, kreeg ik ook nog een leuke korting! Na even wennen aan de nieuwe spullen, ging het redelijk goed; wereldkampioen zal ik toch niet meer worden… Jammer was, dat de Merapi helemaal niet in beeld kwam door de  bewolking… een half uur nadat we vertrokken, barstte er een geweldige regenbui los…

 

 

Jogyakarta 15              26-2-2023

 

PANCASILA

 

Om idee te krijgen van de betekenis van pancasila eerst maar kijken bij Wikipedia. Indonesië bestaat uit ongeveer 16.056 eilanden met een landoppervlakte van 1.904.569 km2 en 267.026.366 inwoners. Het is het op drie na grootste land van de wereld. 87% Van de bevolking belijdt de islam, het christendom 10%, het hindoeïsme 3% en het boeddhisme e.a. 1%. Er zijn honderden etnische groepen met hun eigen mythen en legenden en er worden 742 verschillende talen en dialecten gesproken. Hiermee kreeg Soekarno, de eerste president van na de Nederlandse en Japanse overheersing, te maken toen hij moest zorgen voor een nieuwe grondwet voor heel veel verschillende mensen. De uitdaging daarbij was, dat hij moest overleggen met allerlei nationalistische en islamitische groeperingen met tegengestelde eisen. Om in de nieuwe republiek de eenheid te bevorderen liet hij in de inleidende tekst van de grondwet vijf uitgangspunten opnemen, die bedoeld waren als compromis. Hij was bang, dat de eenheid van de republiek in gevaar zou komen, als de islam staatsgodsdienst werd. De vijf onderling verbonden principes samen noemde hij de Pancasila (zeg: pantsjasiela). Het woord is opgebouwd uit panca dat vijf betekent en sila, dat rechtschapenheid en moreel juist gedrag inhoudt. Om het bewustzijn ervoor bij de bevolking te bevorderen liet hij op veel plaatsen in het land monumenten en borden met de tekst zetten. Zo’n monument zit vol symboliek. Tijdens een tocht kwamen wij er een paar tegen.

 

De Indonesische staatsideologie wordt gesymboliseerd in het schild dat de legendarische vuurvogel, de Garuda, voor de borst draagt. De ster staat voor het eerste en belangrijkste principe: het geloof in de Ene Almachtige. De keten staat voor rechtvaardigheid, beschaving en menselijkheid. De eenheidsstaat Indonesië wordt verbeeld door de waringinboom. De karbouw representeert democratie, geleid door wijsheid, overleg en vertegenwoordiging. Sociale gerechtigheid wordt gerepresenteerd door een korenaar en kapok.

               

De volgende uitgangspunten, staan onder de vogel:

  1. Geloof in de ene en enige God. Hiermee worden elk van de monotheïstische geloven bedoeld. Boeddhisme en hindoeïsme vallen hier ook onder. Het bevestigt, dat volgens de Indonesiërs God bestaat en er een leven na de dood is. In Indonesië ben je verplicht één van de vijf godsdiensten te belijden.

  2. Rechtvaardige en beschaafde menselijkheid. Dit principe eist, dat de mensen worden behandeld met de waardigheid, die ze als Gods schepping verdienen. De Indonesische bevolking tolereert geen spirituele of fysieke onderdrukking.

  3. De bevolking/eenheid van Indonesië . Dit gaat over nationalisme, liefde voor de natie en het vaderland. Indonesiërs moeten gevoelens van etnische superioriteit, afkomst of ras vermijden.

  4. Democratie, die voortkomt uit innerlijke wijsheid en consensus. De pancasila-democratie wil besluitvorming door overleg om tot consensus te komen.

  5. Sociale rechtvaardigheid voor de Indonesische bevolking. Hiermee streeft men naar de gelijkwaardige verdeling van welvaart over de gehele bevolking en bescherming van de zwakkeren. Onderdrukking door de sterkeren moet voorkomen worden.

Op het lint in de klauwen van de vogel staat de wapenspreuk van Indonesië “Bhinneka Tunggal Ika”.

Die Oud-Javaanse zin betekent vrij vertaald “Eenheid in verscheidenheid”.

 

 

 

Jogyakarta 16                          1-3-2023

 

Nadat we gezien hadden hoe kroepoek werd gemaakt en dakpannen met dakversierselen van gebakken klei, gingen we met zijn vijven naar een leuk restaurant bij een brug over een rivier.

Even vooraf over het geld. Als je er vanuit gaat, dat Rp 10.000 iets meer dan € 0,60 is, dan kan je met wat rekenwerk een idee krijgen van de kosten.

 

Nu de vraag van de bediening naar “minuman” (drinken). We kozen een cappucino, een koude citroenthee met ijs en drie jeruksap. Jeruk is hier sap van geperste citroen met water. Dingin is Indonesisch voor koud.

 

Daarna vroeg Aini naar “makanan” (eten).

Met als uitgangspunt onze in Nederland zelfgemaakte bami en nasi, met spekkies en zo, moest ik de eerste week wel wennen aan al die andere smaken van het Indonesische eten. In de tweede (ziekenhuis-)week stond het me natuurlijk allemaal tegen, kreeg niet eens de tijd om het te proeven. Maar nu heb ik er weer zin in. Al begin ik de dag nog wel met een ontbijt van lekkere vruchten met yoghurt en muesli gevolgd door twee sneetjes donker brood en niet met een bord nasi goreng zoals Douwe wel doet.

Voor deze lunch bestel ik van de kaart bakmi goreng.

Voor ons alle vijf bestellen we twee porties pisang goreng nyah tanli. Dat is gebakken banaan met een lekker korstje er omheen. Nyah Tanli is de naam van het restaurant.  Een paket nasi campur, nasi met verschillende dingen er omheen en een paket nasi orak arik, nasi met verschillende groenten door elkaar in een bakje, worden genoteerd en een portie ubi cilembu crispy. Het laatste is gefrituurde stukken zoete aardappel met een lekker korstje.

 

Het smaakte allemaal prima! En de kosten? Voor vijf personen waren we Rp 134.000 oftewel € 8,29 kwijt.

 

 

 

Jogyakarta 17 3-3-2023

 

Een van de dingen die hier in Jogyakarta behoorlijk opvallen, zijn de vele keren per dag dat veel moskeeën door elkaar heen oproepen tot gebed. Dat doen ze, opvallend genoeg, in het Arabisch. En dan kan de ene imam aanmerkelijk beter en mooier zingen dan de ander, die produceert nogal wat valse noten. Dat die oproepen in het Arabisch gaan, bevreemdt ons wel; wij denken dat Indonesië qua inwoners het grootste moslimland ter wereld is. Ook de koran is er niet vertaald in het Indonesisch… in de mail een filmpje met geluid van een aantal door elkaar heen tot gebed oproepende moskeeën.

Wat heel goed is: je merkt hier nauwelijks enige wrevel of afkeer van mensen die waarschijnlijk iets anders geloven. Het maakt niemand iets uit, of je wel of niet een hoofddoekje draagt. Als je Indonesiërs daar naar vraagt, heeft ieder verdraagzaamheid naar de ander.. “Extrem" is wel helemaal verkeerd. Zie Adrie’s stuk over de Pancasila nog maar eens.. De meeste mensen die we hier ontmoet hebben, zijn uitermate plezierig, vriendelijk en geïnteresseerd naar ons, willen met ons op de foto, vinden het leuk om door ons gefotografeerd te worden. Kortom, we ontmoeten hier eigenlijk alleen maar vriendelijke mensen…

Op de foto is Adrie op weg naar het toilet voor “Pria”; boven het damestoilet staat “Wanita”.

 

 

Jogyakarta 18 5-3-2023

 

Mijn favorieten: James Grieve, Cox’s Orange Pippin, Elstar. In de loop der tijd heb ik heel wat appels gegeten. Logisch dus, dat ik nieuwsgierig was naar het Indonesische fruit. 

We  keken bij de “grosirs” waar veel kraamhouders hun waren halen. Zij stallen hun handel soort bij soort uit in ruimtes, die doen denken aan grote garageboxen. Het was midden op de vrijdagmiddag en eigenlijk te laat, want al rustig. De meeste handelaren waren druk met het doorzoeken van hun waren, rotte vruchten er uit. Hopen lagen ervan! Wat wil je, bij deze temperaturen gaat het rijpingsproces snel en dat stopt nooit.

Vlakbij was een fruitsupermarkt.

Daar lagen duku’s, die er uitzien als kleine aardappeltjes. Ze groeien dicht op elkaar aan een boom van 10 tot 15 m hoog. Haal je de schil eraf zie je vruchtvlees in 5 of 6 glazige partjes met erin een pitje en met een frisse smaak.

 

Een aanbieding van manggis! Onder een dikke paarse schil zit een vrucht, die er uitziet als een witte gepelde mandarijn. De smaak is zoetfris met een vleugje romigheid. Manggis zijn alleen in de regentijd te koop tussen november en februari. De schil is lastig open te krijgen, maar de verkoper weet daar een trucje voor en is best bereid dat met je te delen. Het sap uit de schil geeft gemene paarse vlekken. Maar een kilo voor Rp 16000 (€ 0,98) is bijna voor niets! Een mooi rek met twee soorten bananen. De rechter zijn groot en ons wel bekend. De linker zijn veel kleiner maar zoeter (“pisang susu”), dus lekkerder. Dit zijn niet alle soorten. Er zijn er wel 50, variërend van de kleine pisang susu tot de grote stevige bakbanaan. Ze groeien overal het hele jaar door. Eigenlijk is het een plant, want hij vormt geen houten stam. Om de eigenlijke bananen te krijgen, ontwikkelt zich aan een lange  steel een grote paarse vrucht, de bananenbloem. Onder ieder volgend geopend bloemblad groeit een nieuwe kam. Indonesiërs eten banaan ook als snack gefrituurd in een zoet deegjasje. Dan heten ze pisang goreng. Mijn fantasie hier eens een rijpe banaan van een boom te plukken en tegelijk op te eten is geen werkelijkheid geworden. Bananen worden groen geoogst. Daarna laat men ze rijpen tot ze geel zijn. Er zitten nooit gele bananen aan een boom.

 

 

 

Jogyakarta 18b                           5-3-2023

 

INDONESISCH FRUIT 2

 

Nog even verder kijken in de nieuwe super. Nog niet alle schappen waren gevuld, het achterste deel, bedoeld voor huishoudelijke zaken, was een beetje ingericht, maar er werd nog niets verkocht.

Eerst de Durian, de beruchte "stinkvrucht"met grote harde stekels. Hij is in de regentijd volop te koop. Je hebt een stevig hakmes nodig om door de dikke en keiharde schil te komen. Er in zitten verschillende compartimenten met vlezige vruchten. De smaak is niet te beschrijven. In de winkel wordt beleefd gevraagd de durian niet te openen. Mensen doen dat wel eens om te zien of hij rijp is. Eenmaal open verspreidt hij een enorme stank. Daarom mag hij niet mee in het vliegtuig. Indonesiërs eten hem graag, maken er zelfs ijs en snoep van. En, als je een hapje hebt genomen, ruikt alleen een ander nog de stank...

De Nangka lijkt een beetje op de durian, maar de stekels zijn kleiner en de geur is veel minder heftig. De vrucht kan wel een metergroot worden. Aan de binnenkant zitten gele, stevige partjes, een beetje kleverig. Je kunt ze zo opeten. De smaak is weeïg zoet. Zie je een boom vol zakken, dan is dat om de nangka te beschermen tegen vogels. De Nangka wordt veel gekookt en als groente gegeten.

De Belimbingherken je gemakkelijk aan de stervormige buitenkant. Bij ons in Nederland zie je hem soms als garnering in restaurants. Hij is er vooral in het droge seizoen, juli tot september.

Een Markieza is een ronde roodpaars gekleurde vrucht. De schil is hard n leerachtig. Binnen in de Markieza zitten pitjes met geel gekleurd vruchtvlees er om heen. Hij is rijp en op smaak, als hij begint te rimpelen... Het vruchtvlees van de passievrucht is fris zoetzuur. Wij zagen hem onderweg als klimplant en in het wild..

 

 

 

Jogyakarta 18c                           8-3-2023

 

Op de helling van de Merapi-vulkaan ontmoetten we een echtpaar dat zelf gekweekte Salak verkocht. De vrucht heeft een donkerbruine schil met schubben. Daarom wordt hij ook wel slangenvrucht genoemd. De dunne bruine schil krijg je er het gemakkelijkst af, als je de salak tussen je handpalmen in elkaar perst. de schil springt dan open en je kunt de 3 parten er zo uitpakken. De smaak is een beetje droog en zoetfris. In het midden van ieder part zit een flinke donkerbruine pit. Een kilo kostte ons 8000 Rupiah. Dat is bijna € 0,50. Daarover onderhandel je niet meer...

Dragonfruit, ook wel drakenfruit, is de vrucht van verschillende cactussoorten. Van nature groeit hij in Midden- en Zuid-Amerika en in Mxico, maar nu kweken ze hem in Indonesië en omliggende landen. De gekweekte roze vruchten plukken ze hier gewoonlijk te vroeg, waardoor ze weinig smaak hebben. Op onze ontbijttafel stond elke ochtend een uitdagend grote kan vol diep-paars drakenvruchtsap. Omdat de smaak tegenviel, staat die er niet meer. Je kan er om vragen, maar dat komt niet voor.

Tenslotte: Ook in Indonesië moet je betalen. Hoewel de getallen groot zijn valt het bedrag in euro’s mee. Staan de bedragen op prijskaartjes bij de producten, onderhandel je daarover niet. Bij het betalen loont het om op te letten hoe het wisselgeld wordt teruggegeven: geld in de rechterhand, ondersteund met de linker. Dat is een gebaar van respect.

 

 

 

 

Jogyakarta 19            8-3-2023

 

Veel Nederlandse woorden zijn in het Indonesisch overgenomen, heel veel die iets met techniek te maken hebben. Compleet zijn is mij volstrekt onmogelijk, maar voorbeelden te over: Knalpot, Lampu, Skrup (schroef), stir (stuur), Kulkas, ban, peer. Leuk is hier te vermelden, dat veel Indonesiërs moeite hebben om de “f” en de “v” uit te spreken. Een veer in de auto is peer geworden en schroef skrup. Beton is exact het zelfde, net als bekisting, hoewel dat woord minder vaak gebruikt wordt… We waren al een paar keer een uithangbord met “Mur & Baut” voorbij gereden, voor ik me realiseerde, dat daar dus een ijzerwinkel moest zijn… Voor medicijnen ga je hier naar een apotek. Heb je kiespijn, kom je bij een “dokter gigi” terecht. Adrie ging met zijn amoebe (amuba) naar een spesialis in het ziekenhuis. Overigens kom je bij een andere spesialis terecht, als je mattaklap bent.. Dat komt dan weer van het Indonesische “mata gelap”. Letterlijk vertaald is dat een donker oog, maar figuurlijk ben je behoorlijk de weg kwijt, van het padje af… Weer een andere spesialis bekommert zich om je ambeyen…

Een van de mensen van het hotel ging voor 3-4 dagen voor een trouwerij naar haar familie, 4 uur rijden op de brommer. Toen Marmar terug was, vroeg ik haar hoe hard ze dan rijdt, 80 km per uur? Haar antwoord: “Saya tidak branie! Ze durft dat dus niet, 60 vindt ze genoeg…

Heel veel termen uit de Indonesische keuken zijn in het Nederlands terecht gekomen, zoals saté, nasi, sambal, trasi, bedis/ pedis. Ons bier is hier bir. Niet al die woorden worden vaak door iedereen gebruikt, maar horen wel bij onze woordenschat… Nog zomaar wat woorden in het Indonesisch die erg op onze taal lijken: setasiun (station) sepoor (Javaans), listrik, kopi, kaki (op je blote kakkies), notaris, pakaian (dat is niet mijn pakkie-an). En bij “Saya tidak punya du-it (“ik heb geen rooie duit”) ben je dus bankrut! En ten slotte wat gemakkelijker overeenkomsten als handuk, wastafel, ritsleting en rijstafel!

 

 

 

Jogyakarta 20            10-3-2023

 

Onderweg op het platteland en in de bergen kwamen we een paar keer zo’n opvallend beeld tegen. Behalve de hand met twee vingers stond er in reliëf een afbeelding op van een man en een vrouw met twee kinderen plus de hoofdletters KB. Wat was dit? Dus het internet op, maar ik werd er niet veel wijzer. Ik had vermoedelijk niet de goede zoektermen. Met Douwe gesproken. Van hem hoorde ik, dat de letters stonden voor Keluarga Berencana. En als ik ook “Dua anak cukup” intypte vond ik vast meer. Dat klopte. Als jongen verzamelde hij postzegels, ook van Indonesië. Daar had er een bij gezeten met zo’n soort afbeelding. Na wat zoekwerk, zonder internet, vond hij wat het betekende. Op het net kon ik toen verder en er ging een wereld voor me open.

 

Al gauw na de Indonesische onafhankelijkheid werd duidelijk, dat de bevolking te snel groeide. In die tijd hadden gezinnen wel zes of meer kinderen. Dat veroorzaakte steeds grotere armoede. Gelegenheid om meer te verdienen hadden de ouders niet. Er werd in die tijd ook vaak veel te jong getrouwd en gezinsuitbreiding ging niet volgens een plan. Er moest iets gebeuren.

 

In 1957 werd de gezinsplanning gestart met de oprichting van de Family Planning Association in een particulier kader. Het algemene doel was de verbetering van het welzijn van moeders en kinderen als basis voor een welvarende samenleving door geboortebeheersing en gecontroleerde bevolkingsgroei. Daarvoor moesten meer mensen aan anticonceptie gaan doen. Het aantal geboorten moest omlaag. De gezinsopbouw moest verbeterd door de ouders te leren plannen. Het ideale aantal kinderen in een gezin werd twee.

 

In 1966 kwam door president Soeharto het bevolkingsprobleem in het middelpunt van de belangstelling van de regering te staan. Dat gebeurde in het kader van de Nieuwe Orde, bedoeld om zich te onderscheiden van zijn voorganger Soekarno. Dat bleek ook nog eens toen de president in 1967 in een toespraak zei: “Daarom moeten we serieus aandacht besteden aan pogingen om geboorten te beperken met een gezinsplanning, die kan worden gerechtvaardigd door religieuze moraal en Pancasila-moraal”.

In 1968 werd het semi-gouvernementeel en in 1970 werd het volledig geïnstitutionaliseerd met de oprichting van het Nationaal Centrum voor Coördinatie van Gezinsplanning (BKKBN). Vlak voor de oprichting gaf de regering een pamflet uit, waar van vier van de vijf officiële religies de algemene acceptatie van de gezinsplanning werd gedocumenteerd, w.o. de islam, het christendom, het hindoeïsme.  Dat werkte als een katalysator. Er kwamen posters, folders, tijdschriftartikelen. Maar ook klinieken voor gezinsplanning. Een speciale soap, “Butir Pasir Di Laut” (zandkorrels in de zee), promootte de waarde van gezinsplanning.

 

Onderweg naar de mooie zuidkust van Midden-Java vonden we het veel modernere beeld  bij de buurtschap Klampok, een deel van de dessa Giripurwo in het kanton Purwosari horend bij het regentschap Gunung Kidul. Op de plaat staat verder, dat op donderdag 21 maart 2019 het hoofd vrouwen-empowerment en kinderbescherming Klampok tot KB Kampong verklaart.

 

De doelen voor de korte termijn werden vastgesteld en gecontroleerd met plannen voor vijf jaar.

Om zoveel mogelijk mensen te bereiken moesten regionale en lokale plannen opgesteld. Voor afgelegen gebieden kwamen getrainde veldwerkers en vrijwilligers. De distributie van voorbehoedsmiddelen werd uitgevoerd door vakbonden in samenwerking met de overheid.

 

Het programma vertraagde na de economische crisis van 1997, werd gedecentraliseerd in 2004. De daling van de vruchtbaarheid kwam bij 2,5 kind tot stilstand. Rond 2000 stelde de regering, dat een gezin gemiddeld 2,1 kind moest hebben. Het voerde campagnes met als motto “Dua anak cukup” (twee kinderen is genoeg”) en “Tunda usia nikah” (vertraag de huwelijksleeftijd).

 

De huidige president Joko Widodo vindt het noodzakelijk het programma voor gezinsplanning nieuw leven in te blazen.

 

Tenslotte even terug naar het beeld aan het begin van het verhaal. Al zag het er niet zo florisant uit, het krijgt wel aandacht van de omgeving. Er stond een pot met een levende plant bij. Hoger op de sokkel stond een fles water met een stek en er lag een gele tandenborstel, voor onderhoud misschien. Er stond ook nog een rond trommeltje. Opvallend, dat het niet roestig was. Alle metaal roest hier heel snel. Waar was het voor? Geen idee! Eén van de opgestoken vingers was gespalkt. Als je de foto vergroot, is te zien, dat hij een keer gebroken was. Dat de spalk ook aan de achterkant had gekund, was de reparateur ontgaan.

In het huisje vlak naast het beeld zat een hoogbejaard echtpaar in het halfduister van de veranda naar ons te lachen. Waren ze blij met onze aandacht? Was het misschien een beetje hun beeld?

 

 

 

 

Jogyakarta 2023 21  Kamar kecil    8-3-2023

 

“Kamer klein” staat er boven dit stukje. Je kan ook gewoon WC zeggen.

 

Die van ons hier is deel van de badkamer. Hij ziet er uit als op de foto en is helemaal niet klein. Rechts en meer naar achter staat de roze playboy. Achter de open klep zit de stortbak met een dubbele knop voor meer en minder water. De rol heel dun wc-papier zit geklemd in een summier uitgevoerde houder. Dat papier vinden Indonesiërs niet hygiënisch. Bovendien is de afvoerpijp meestal dunner dan bij ons en raakt  sneller verstopt. Links van de stortbak zit een waterslang met een kleine douchekop en een soort trekker eraan. Na gedane zaken richt je met je rechterhand het koude water van onderen af met de handdouche naar waar het zijn moet. Met je linker was je jezelf goed schoon. (Logisch dat ze hier die linker hand onrein vinden. Daarmee reik je niet gauw even iets aan en je zwaait er ook niet mee naar iemand.) Hoewel ik bereid ben om hier delen van de Indonesische gebruiken over te nemen, lukte me dat afspoelen niet goed: op en over de rand, paar keer natte schoenen, sportbroek drijfnat. Je kunt je dat voorstellen. Maar… toen kreeg ik “sakit perut” (buikpijn, zegt de vertaalapp van google. Ik vind diaree passender. Het tweede deel van het Indonesische woord zegt precies waar ik last van had, als je de u als oe uitspreekt en de r lekker laat rollen.). En door die “blub-blub” veel gelegenheid om te oefenen in het ziekenhuis, tot twaalf keer toe soms in een nacht. Het dunne wc-papier moest ik vijf keer dubbel doen en dan was het nog niets. En ze geven zo weinig rollen!! Heerlijk is zo’n handdouche dan en ik had ook een extra handdoek bij de hand. Als je die onderweg niet hebt en na de spoeling zichtbaar niet droog bent, zit niemand daar mee. Je bent lekker schoon en met 32 graden Celsius is het zo droog. Maar in een ziekenhuisbed toch liever niet.

Al met al zitten wij er dus vorstelijk bij. Dat is in een hotel in een stad. In een winkelcentrum zijn vaak ook zittoiletten.

Daarbuiten in de dessa zijn ze niet, daar moet je het doen op een hurktoilet. Even oefenen. Je zet aan iedere kant van het gat een voet, zorgt voor een vrije doorgang achter en onder je broek door en laat het gaan. Biologisch is dit een betere houding dan die wij innemen op een zittoilet. Maar het moet wel kunnen  natuurlijk. Voor mensen op leeftijd is het soms niet te doen. Voor een plasje hebben mannen het gemakkelijker, al zijn de eerste druppels wel eens moeilijk te plaatsen.

Bij een hurktoilet zie je een bak met water onder een kraan of er is een “mandi-bak”. In allebei drijft een plastic emmertje met een steel. Soms hangt er een vel papier met een boodschap over de bedoeling. Daarop staat “Geef het water na gebruik”. Na gebruik schep je een emmertje water en dat gooi je naar behoefte over je onderlichaam en in de wc. Soms moet het twee keer.

Het kan ook zijn, dat je hurktoilet in een ruimte is met een mandi-bak. Dat laatste is een betonnen, soms betegelde bak met water. Na gedane zaken schep je daarin het emmertje vol en je spoelt. Er zijn wel eens toeristen, die er een bad in nemen (het is vaak ook wel erg heet ;-)). Dat is absoluut niet de bedoeling! Het water in de mandi-bak moet schoon blijven. Een moslim mag niet onrein voor Allah verschijnen. Soms staat er in plaats van een ton of mandi-bak een fles water, de “botol cebok”. De bedoeling is hetzelfde.

In de stad en op het platteland zie je wel een bordje met erop “WC umum”. Dat wil zeggen, dat het hier om een openbaar toilet gaat. Als je echt nodig moet, kan het een uitkomst zijn. Bij hoge nood kan ook een moskee redding bieden. Voor heren staat boven de wc “Pria” en bij de dames “Wanita”. Ik had het een paar keer nodig en steeds was het er goed schoon. Wel met passende eerbied benaderen.

In Yogyakarta zijn meer dan 50 installaties voor de zuivering van het afvalwater compleet met de bijbehorende rioolstelsels. Er zijn ook veel gebieden, waar die door topografische omstandigheden niet gelegd kunnen worden. Daar moeten bewoners hun afvalwaterprobleem zelf oplossen. Lozen in de vele slootjes is verboden. Dus gebruiken ze een septic tank, die achter het huis in de grond zit met een enorm deksel erop. Elke bewoner wordt geacht de tank een keer in de drie jaar leeg te laten zuigen, zodat milieu en grondwater niet vervuild worden. Wordt bij een tank lekkage ontdekt, keurt de gemeente die af.

Voor het leegzuigen komt een bedrijf met een speciaal soort kleine tankwagen. In het verkeer kom je die tegen. De punt van de grote beitel om de zware betonnen plaat van z’n plek te krijgen zie je duidelijk achter de wielkast. Op lantaarnpalen zitten vaak stickers met een telefoonnummer van zo’n bedrijf. “Sedot” staat er dan bij. Dat betekent zuigen.

 

Waarom Indonesië zo fascinerend is, ook na meer dan zes weken? Je gaat op stap naar een bepaald doel, maar onderweg word je altijd weer verrast!

 

 

 

Jogyakarta 2023 22                15-3-2023

 

In het nieuws was de vulkaan Merapi weer eens actief. De Indonesiërs hier winden zich daar helemaal niet over op, het is dan ook niet bedreigend geweest. Ik kreeg vragen over onze situatie, één reactie was eigenlijk het meest met de kijk op wat er gebeurde. Die veronderstelde, dat wij maar mooi op de eerste rang zitten. En zo is het ook! Als er tenminste geen (gewone, normale) wolken het uitzicht op de Merapi belemmeren. Links van de Merapi op de foto de uitgedoofde vulkaan Merbabu…

Mensen hier verwonderen zich over berichten in het verre buitenland; sommigen vinden die berichtgeving overdreven.. Die worden pas bang, als ik hen vertel, dat Schiphol bijvoorbeeld een paar meter onder het zeeniveau ligt! Daar moet je bang over zijn, niet als de Merapi een scheetje laat!

Overigens zijn er meer dan 45 actieve vulkanen op Java, waarvan de Merapi (2968 m) de meest actieve is. De Merapi behoort tot de 16 gevaarlijkste vulkanen ter wereld. Andere bekende vulkanen op Java zijn de Bromo en de Semeru. Ook op het Dieng-plateau is veel vulkanische activiteit…

De Indonesische archipel ligt tussen de Indische en de Stille Oceaan. Hier schuift de Australische plaat onder de Aziatische plaat, waardoor vulkanisme een  eilandenboog heeft gevormd. Tevens ligt Indonesië in de “Ring of Fire” om de Stille Oceaan…

Maar Indonesiërs maken zich hier niet echt druk om. Doen ze trouwens veel minder dan wij op allerlei gebied gewend zijn… Pelan pelan saja…

 

 

 

Jogyakarta 2023 23                15-3-2023

 

Aan het eind van nr. 22 schreef ik: ”Maar Indonesiërs maken zich hier niet echt druk om. Doen ze trouwens veel minder dan wij op allerlei gebied gewend zijn… Pelan pelan saja…”

Dat was gelijk de opmaat naar dit nieuwe bericht. Het geeft een beetje de volksaard van de Indonesiërs weer. Pelan pelan saja is vertaald “alleen langzaam”. Hoewel dat een vrij negatieve beoordeling kan opleveren, is dat absoluut niet terecht en zeker niet mijn bedoeling… Maar pelan pelan betekent ook, dat je je niet druk maakt over van alles en nog wat. Indonesiërs accepteren veel gemakkelijker dan westerlingen tegenslagen of dingen waar zij toch niets aan kunnen veranderen.

Als je hier de dagelijkse temperaturen (middagtemperatuur 30 tot 36 graden) bekijkt, is het buitengewoon begrijpelijk dat alles hier langzamer gaat.

Indonesiërs zijn zeer beleefd en zullen je bijna nooit ongelijk geven. Dan verliest de ander nl. zijn gezicht. Luister heel goed naar de manier waarop een Indonesiër ya tegen je zegt. Dan hoor je vaak al dat het of gewoon ja is of eigenlijk nee betekent. Twentenaren zeggen wel “Jao jao” als ze nee bedoelen. Het hangt ook wel eens van je vraagstelling af. Als je vraagt “Is dat de weg naar Banjaratma?” zal het antwoord ya zijn. Als je vraagt “Wat is de weg naar Banjaratma?” kan je wel eens de andere (goede) kant opgestuurd worden. Ook ongeveer het zelfde: als je een inbreker in je huis hoort, ga er dan niet naar toe, maar maak zo veel lawaai op je slaapkamer dat de inbreker begrijpt, dat hij ontdekt is. Hij zal dan zonder gezichtsverlies kunnen ontsnappen. Als je naar hem toegaat, kan hij misschien gevaarlijk worden, hij heeft zijn gezicht verloren, omdat jij hem gezien hebt…

Een gast gaat hier altijd voor: we stapten van de week onaangekondigd een lagere school binnen. Alle klassen stopten met wat ze aan het doen waren, we werden rondgeleid door de school, kinderen haalden angklungs tevoorschijn en speelden er wat muziek mee, iedereen vond het prachtig, want wij waren hun gasten… Zelfs de kepala sekolah wilde op de foto .

Maar ook kan je een afspraak om jou te bezoeken wel vergeten, als je aankomende gast op het moment dat hij naar jou gaat, zelf bezoek krijgt. Het bezoek aan jou gaat niet door, want hij heeft bezoek gekregen en dat stuur je niet weg!

Ik heb me eens geweldig verwonderd over het volgende: in hotel Puri Kelapa kwam er op een dag water door een plafondlamp. Was het kraanwater, badwater of spoelwater van de bovenburen? De gewaarschuwde toekang kayu (timmerman) van het hotel keek er naar en zei “Ja, het lekt”. Hij ging weg, kwam terug met een ladder, een hamer en een steenbeitel, hakte stenen uit de buitenmuur en keek tussen mijn plafond en de vloer van de bovenburen. Vervolgens haalde hij een groot stuk triplex, vouwde dat onder de plaats waar het lekte zodanig, dat het lekwater naar buiten wegliep en niet meer door onze  plafondlamp onze badkamer in. Zijn werk zat erop, het probleem van de gast was opgelost, de lekkage bij de bovenburen kwam later aan de beurt, was tenslotte geen urgent probleem meer…

Zo is pelan pelan een soort levenshouding die in ieder geval mij wel aanspreekt. Allah’s water over Gods akker laten stromen…

 

 

 

Jogyakarta 2023 24                15-3-2023

 

In de eerste week van januari (waar blijft de tijd?) toen we hier nog maar net waren zagen de sawa’s er als op de foto uit: net beplant met piepjonge rijstplantjes. Toen was het nog de tijd van de natte moesson dus water genoeg, vaak zelfs teveel. Dan liet de boer wat weglopen. Het duurde niet lang of op heel veel plaatsen zag je klompjes roze eitjes zitten en kwam je ook vraat aan de rijstplanten tegen. Slakken! Ik denk, met google, een soort appelslak en vroeg me af of de jonge rijst het daartegen wel zou redden. Werd trouwens gerustgesteld toen ik ’s morgens vroeg de boer tegenkwam en zag, dat hij slakken verzamelde. Daar kon ik me wat bij voorstellen. Het viel me trouwens ook op, dat hij de klompjes roze eitjes, overal goed zichtbaar, gewoon liet zitten. Vaak zaten ze boven water en boven in een rijstblad. Hij zal ze wel laten verdrogen, dacht ik.

Nu half maart in de droge tijd ben ik er even naar gaan kijken. Op een paar plaatsen was niets meer te vinden, maar in de opvangvijver net links buiten de sawa zaten wel vijf klompjes net boven het water geplakt. En … net daaronder in het water een slak. In de buurt dreef een plastic fles met twee slakken er op. En nog veel meer in de omgeving.

 

In maart komen de aren met rijst aan de planten. Het zal dus niet zolang duren of er moet  geoogst. Daarvoor moet de bodem van de sawa droog zijn, wat het einde inhoudt van de slakken die er nog zijn. Zoveel zag ik er trouwens niet meer, de boer had ze steeds opgeraapt.

Gisteren  kwam ik hem tegen met een grote witte plastic zak, voor driekwart vol met slakken. Na een “selamat pagi, pa” van mij en een “pagi” terug vroeg ik bij wijze van grapje of hij die ging opeten. Tot mijn verbazing zei hij ja! Hoe dan? Nou, gewoon als saté. Hij ging ze eerst koken. Dan haalde hij de eigenlijke slak uit het huisje, reeg die aan een satéstokje en dan boven het vuur. Indonesische mensen kunnen fantastische sauzen maken bij zo iets. Maar gelukkig vroeg hij niet of ik mee wilde eten.

 

 

 

 

Jogyakarta 2023 25                19-3-2023

 

Batik is een techniek, waarmee stof versierd wordt. Je zorgt er voor, dat bepaalde stukken stof geen verf kunnen opnemen en andere stukken wel. Om te voorkomen dat de stof verf kan opnemen, breng je er was op aan. Dit doe je met  een tjanting (waspen) of met een grotere blokprint. Bij de laatste manier ontstaan patronen met motieven die herhaald worden. Dat levert vaak meer traditionele patronen op…

Het proces voor batik is:

-ontwerpen van het patroon door het op papier te tekenen;

-met potlood tekenen van het definitieve patroon op katoen;

-de potloodlijnen overtrekken met hete was met5 behulp van de tjanting. Soms is de was te heet en te vloeibaar. Dan blaast de lijntrekster even op de tjanting;

-na het bedekken volgt het eerste verfbad;

-stof laten drogen;

-opnieuw was op het doek. Wat nu bedekt wordt, houdt die eerste kleur.

-hierna vele rondes van verven en afdekken;

-het laatste verfbad heeft de donkerste kleur. Zo wordt het kleurenpalet opgebouwd, van licht naar donker. Hoe meer kleuren hoe duurder de stof.

-na het laatste verfbad wordt het doek uitgekookt in heet water, de was smelt en laat los. Het doek gaat uit het hete water en moet drogen. De was stolt in de pan en kan opnieuw gebruikt worden. In dit proces zijn veel variaties mogelijk.

In het eerste bedrijf dat we bezochten, in de stad Jogyakarta, werkten mensen heel geconcentreerd om wat traditionelere stoffen te maken.

In het tweede, dat in een kampong en rondom in het groen lag, werkten 50 mensen uit de buurt enthousiast aan heel moderne ontwerpen. Daarbij werden ook kwasten, penselen en sponsen gebruikt. Ik zag een jonge man bezig met een tjanting om verflijnen op de goede plek te trekken…

Gevraagd naar de verdiensten bleek dit bedrijf risico’s als een storing in de productie of levering van grondstoffen niet direct op de werknemers af te wentelen. Ze verdienden een basisweekloon en bij grotere drukte kregen ze een bonus. Dat was beter dan in de weverij, waar we eerder waren. Daar verdiende een wever met zijn weefgetouw opgebouwd van hout en touw € 0,30 per strekkende meter heel fijn geweven stof. Was daar een storing, dan had hij pech en verdiende niets. Bij dat bedrijf zag ik, dat er werk bestaat, waar je mensen eigenlijk niet aan moet zetten. Maar ja, in dit land zijn de lonen zo laag, dat je de (aanschaf)kosten van een moderne machine er nooit uit haalt. Dus houden bonden zich maar stil.

Na het ontwerpen, tekenen en maken van de doeken volgde de afdeling waar allerlei klussen gedaan werden aan het doek, zoals de lijnen overtrekken met was, het afwerken van een afbeelding met stippen en streepjes met verf, schoonmaken. Hierna moet de was verwijderd in een mengsel van warm water en chemicaliën en worden de doeken gewassen, gestreken en opgevouwen.

Bij het eerste bedrijf verkochten ze gebatikte spullen als een jurk en een blouse. Bij de tweede alleen de doeken. Wilde je er een jurk van hebben, dan moest je die zelf (laten) maken. We kochten twee prachtige doeken van 200 bij 95 cm en betaalden Rp.555.000, wat ongeveer 33 euro is..

 

Adrie van Luijk en Douwe Stellinga